Kernpunten

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

 

Inhoud: 

Gezondheid  
  Welzijn  
  Ja, mits-principe  
  Biotechnologie  
  Agressieve dieren  
  Fokken van vee  
  Export  
  Algemeen  
  Uitvoering  
     

De Eerste Kamer heeft op 23 september 1992 de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren aangenomen. Na jaren van voorbereiding, en goedkeuring door de Tweede Kamer in april 1991, ligt er daarmee een kaderwet. Een belangrijke bepaling in de wet is: dieren (landbouwhuisdieren èn gezelschapsdieren) houden mag niet, tenzij het houden ervan bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) of ministriële regeling wordt toegestaan. Nu de hoofdlijnen van de wet zijn vastgesteld zal de komende jaren, stap voor stap, gewerkt worden aan de invulling van de wet, door middel van AMvB's.

Het voordeel van een kaderwet is dat bij nieuwe ontwikkelingen de wet niet steeds hoeft te worden gewijzigd; er kan meteen op worden ingespeeld. Dat geldt ook voor de uitvoering van Europese richtlijnen, bijvoorbeeld op het gebied van vervoer en huisvesting. De belangrijkste verandering in beleid is het (op een aantal plaatsen in de wet) omdraaien van het 'ja, mitsprincipe', in het 'niets mag, tenzij uitdrukkelijk toegestaan-principe'. In de wet komen zowel gezondheid als welzijn van dieren aan bod.

Gezondheid

Bij gezondheid gaat het om de volgende hoofdzaken:

  • bestrijding dierziekten;
  • de inrichting van bedrijven waarop dieren worden gehouden;
  • toevoegen van dieren aan bedrijven;
  • de wijze waarop dieren worden gehouden en hun huisvesting;
  • de hygiënische eisen;
  • de voedering, drenking, verzorging en behandeling van dieren;
  • het gebruik van sera, entstoffen, antibiotica en chemotherapeutische middelen;
  • de bestrijding van insecten, ratten en andere organismen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid van het dier;
  • de bedrijfsbegeleiding door een dierenarts en de Stichting Gezondheidsdienst voor dieren.

Verder worden eisen gesteld aan markten, tentoonstellingen en slachthuizen en aan vervoer.

Welzijn

In principe is het niet toegestaan een dier te houden of bepaalde activiteiten met dieren uit te voeren, tenzij dit uitdrukkelijk krachtens de wet wordt toegestaan. Dit geldt ook voor gezelschapsdieren, dus niet alleen voor landbouwhuisdieren. Welke huisdieren straks wel en welke niet gehouden mogen worden, moet via een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) geregeld worden. Verder is in de wet bepaald dat:

  • het verboden is bij een dier onnodig pijn of letsel te veroorzaken, of zijn gezondheid of welzijn te beschadigen. Zo is het bijvoorbeeld verboden koeien met een volle uier te vervoeren of een hond als trekdier in te zetten;
  • het verboden is aan een dier de nodige verzorging te onthouden;
  • het verboden is, de nog nader in de wet aan te wijzen, dieren van het ouderdier te scheiden voordat zij een bij wet vastgestelde leeftijd hebben bereikt;
  • het in beginsel verboden is lichamelijke ingrepen bij dieren uit te voeren, tenzij dit bij wet of AMvB wordt toegestaan. Toegestaan zijn bijvoorbeeld sterilisatie en castratie en ingrepen waarvoor diergeneeskundige noodzaak bestaat;
  • het verboden is dieren te doden. Behalve die dieren die nog nader in de wet worden aangewezen. Bij AMvB worden eisen gesteld aan de wijze waarop dieren mogen worden gedood, de situaties waarin en de personen door wie zij mogen worden gedood. Ook kunnen voorwaarden worden gesteld aan de slachterijen en aan de bedwelming. Deze bepaling is ook van groot belang voor het ritueel slachten.

Ja, mits-principe

Op een aantal plaatsen in de wet geldt het 'ja, mits-principe' in plaats van het 'nee, tenzijprincipe'. Dat mits houdt een aantal strikte voorwaarden in, zoals:

  • aan de huisvesting van dieren kunnen voorwaarden worden gesteld aan onder andere de afmetingen, materialen, faciliteiten, verlichting, verwarming en luchtverversing;
  • aan de bestaande huisvestingssystemen waarvoor thans regelgeving kan worden ingevoerd. Daarbij moet gedacht worden aan de huisvesting van legkippen en van kalveren. Voor nieuwe systemen geldt wel het 'nee, tenzij-principe'. Hiervoor moet een systeem van toelating worden opgezet;
  • aan het fokken met dieren;
  • aan het verkopen, verhuren of verloten van dieren. Het is verboden dieren als prijs, beloning of gift uit te reiken;
  • aan het vervoeren van dieren. Daarbij worden onder andere voorwaarden gesteld aan het vervoermiddel, de hoeveelheid dieren per vervoermiddel, het in- en uitladen, de duur en afstand van het vervoer en de gesteldheid van de dieren;
  • aan het gebruik van dieren bij wedstrijden. Hieronder valt het verbod op dierengevechten. Voor het gebruik van dieren bij wedstrijden kunnen bij AMvB regels worden gesteld voor onder andere de leeftijd en gezondheid van het dier, de aard van de wedstrijden, het gebruik van stimulerende middelen en geneesmiddelen en de aanwezigheid van een dierenarts.

Biotechnologie

Biotechnologie, het toepassen van embryotechnieken en de toepassing van stoffen, met name die stoffen die met behulp van recombinant DNA zijn verkregen, is verboden, evenals genetische modificatie van dieren. Behalve als hier een vergunning voor is afgegeven. Verder is het verboden met dieren of dieetproducten waarop biotechnologische handelingen zijn uitgevoerd andere producten te vervaardigen. Deze dieren of dieetproducten mogen ook niet worden gehouden, vervoerd, verkocht of gekocht. Vergunningen kunnen alleen worden afgegeven als er geen onaanvaardbare gevolgen voor de gezondheid of welzijn van het dier zijn en als er tegen de handelingen geen ethisch bezwaren bestaan. Voorafgaand aan het wel of niet verlenen van een vergunning zal de minister van LNV zich laten adviseren door de Commissie Biotechnologie bij Dieren. Vooruitlopend op de wet is op 30 maart 1992 reeds een voorlopige Commissie Ethische Toetsing Genetische Modificatie van Dieren ingesteld.

Agressieve dieren

Aan het houden, fokken, kopen en verkopen van agressieve dieren kunnen eisen worden gesteld. Zoals aan bijvoorbeeld de pitbull terriërs. Verder wordt ge werk t aan een gedragstest voor rashonden zodat eisen gesteld kunnen worden aan die hondenrassen waarvan de dieren een gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid van mensen of dieren.

Fokken van vee

Er worden eisen gesteld aan het fokken van vee. Deze eisen hebben betrekking op de opneming in het stamboek, het keuren, de handel in sperma en de voorwaarden voor toelating van fokdieren tot de voortplanting.

Export

Dieren en dieetproducten mogen alleen worden geëxporteerd wanneer bewijzen kunnen worden overlegd over:

  • de identificatie van de dieren;
  • de gezondheid van de dieren;
  • het bedrijf van herkomst;
  • de markten waar zij zijn gekocht en waar zij zijn verzameld;
  • de manier van vervoer en belading.

Algemeen

Verder zijn in de wet algemene bepalingen opgenomen. Andere bepalingen gaan over financiële aspecten en overige zaken zoals de schadelijke stoffen in dieren en dierlijke producten en het identificatie- en registratiesysteem, het toezicht op de naleving van de wet en de opsporing van besmettelijke dierziekten, welke overtredingen strafbaar zijn en welke overtredingen misdrijven zijn. Bovendien is er een Raad voor Dierenaangelegenheden ingesteld. Die raad adviseert over concept AMvB's en ministeriële regelingen, bovendien brengt de raad ongevraagd advies uit.

Uitvoering

De uitvoering van de wet wordt bij Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) geregeld. AMvB's die uitvoering geven aan EU-regelgeving en die betrekking hebben op het dierwelzijn, krijgen voorrang.

 

 

Laatste update: 12 augustus 2008